Uitgebreide vertaling voor listener (Engels) in het Nederlands


listener [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the listener
    de luisteraar
  2. the listener (auditor; observer)
    de toehoorder

Vertaal Matrix voor listener:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
luisteraar listener
toehoorder auditor; listener; observer
- attender; auditor; hearer

Verwante woorden van "listener":

  • listeners

Synoniemen voor "listener":

Verwante definities voor "listener":

  1. someone who listens attentively1
  2. A local environment (LE) associated with an application, where the LE monitors the TCP/IP or SNA network for requests to the application.2

Wiktionary: listener

  1. someone who listens

Cross Translation:
listener luisteraar; toehoorder; hoorder auditeur — Celui, celle qui écoute un discours, une lecture, un récit, une leçon, une exécution musicale, etc.


to listen werkwoord (listens, listened, listening)

  1. to listen (listen to; hear out)
    luisteren; aanhoren; toehoren
    • luisteren werkwoord (luister, luistert, luisterde, luisterden, geluisterd)
    • aanhoren werkwoord (hoor aan, hoort aan, hoorde aan, hoorden aan, aangehoord)
    • toehoren werkwoord (hoor toe, hoort toe, hoorde toe, hoorden toe, toegehoord)
  2. to listen (hear)
    luisteren; beluisteren
    • luisteren werkwoord (luister, luistert, luisterde, luisterden, geluisterd)
    • beluisteren werkwoord (beluister, beluistert, beluisterde, beluisterden, beluisterd)
  3. to listen (obey; comply; heed)
    gehoorzamen; luisteren
    • gehoorzamen werkwoord (gehoorzaam, gehoorzaamt, gehoorzaamde, gehoorzaamden, gehoorzaamd)
    • luisteren werkwoord (luister, luistert, luisterde, luisterden, geluisterd)
  4. to listen (listen carefully; attend)
    opletten; aandachtig luisteren; toeluisteren

Conjugations for listen:

  1. listen
  2. listen
  3. listens
  4. listen
  5. listen
  6. listen
simple past
  1. listened
  2. listened
  3. listened
  4. listened
  5. listened
  6. listened
present perfect
  1. have listened
  2. have listened
  3. has listened
  4. have listened
  5. have listened
  6. have listened
past continuous
  1. was listening
  2. were listening
  3. was listening
  4. were listening
  5. were listening
  6. were listening
  1. shall listen
  2. will listen
  3. will listen
  4. shall listen
  5. will listen
  6. will listen
continuous present
  1. am listening
  2. are listening
  3. is listening
  4. are listening
  5. are listening
  6. are listening
  1. be listened
  2. be listened
  3. be listened
  4. be listened
  5. be listened
  6. be listened
  1. listen!
  2. let's listen!
  3. listened
  4. listening
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor listen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanhoren hearing; listening; listening to
luisteren hearing; listening; turbulence speed
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aandachtig luisteren attend; listen; listen carefully
aanhoren hear out; listen; listen to
beluisteren hear; listen
gehoorzamen comply; heed; listen; obey obey
luisteren comply; hear; hear out; heed; listen; listen to; obey
opletten attend; listen; listen carefully be alert; be careful of; guard; keep an eye on; listen carefully; look out; mind; observe; pay attention; pay attention to; spectate; take care; watch; watch out
toehoren hear out; listen; listen to
toeluisteren attend; listen; listen carefully
- hear; heed; mind; take heed
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
hoor eens listen; now listen
luister eens listen; now listen

Verwante woorden van "listen":

Synoniemen voor "listen":

Verwante definities voor "listen":

  1. hear with intention1
  2. listen and pay attention1
  3. pay close attention to; give heed to1
  4. To wait for incoming traffic, calls or connection requests on a port.2

Wiktionary: listen

  1. to hear (something)
  2. to accept advice or obey instruction
  3. to expect or wait for a sound
  4. to pay attention to a sound
  1. gericht waarnemen met het oor
  2. een bevel opvolgen

Cross Translation:
listen afluisteren horchen — heimlich bei etwas zuhören
listen aanhoren; luisteren; beluisteren; toehoren; toeluisteren écouter — Faire attention, prêter l’oreille pour entendre.