Nederlands

Uitgebreide vertaling voor inleggen (Nederlands) in het Frans

inleggen:

inleggen werkwoord (leg in, legt in, legde in, legden in, ingelegd)

  1. inleggen (conserveren)
    confire; conserver; préparer des conserves; faire des conserves; mettre en conserve
    • confire werkwoord (confis, confit, confisons, confisez, )
    • conserver werkwoord (conserve, conserves, conservons, conservez, )
    • mettre en conserve werkwoord
  2. inleggen (tussenleggen; invoegen)
    insérer; intercaler; mettre dans
    • insérer werkwoord (insère, insères, insérons, insérez, )
    • intercaler werkwoord (intercale, intercales, intercalons, intercalez, )
    • mettre dans werkwoord

Conjugations for inleggen:

o.t.t.
  1. leg in
  2. legt in
  3. legt in
  4. leggen in
  5. leggen in
  6. leggen in
o.v.t.
  1. legde in
  2. legde in
  3. legde in
  4. legden in
  5. legden in
  6. legden in
v.t.t.
  1. heb ingelegd
  2. hebt ingelegd
  3. heeft ingelegd
  4. hebben ingelegd
  5. hebben ingelegd
  6. hebben ingelegd
v.v.t.
  1. had ingelegd
  2. had ingelegd
  3. had ingelegd
  4. hadden ingelegd
  5. hadden ingelegd
  6. hadden ingelegd
o.t.t.t.
  1. zal inleggen
  2. zult inleggen
  3. zal inleggen
  4. zullen inleggen
  5. zullen inleggen
  6. zullen inleggen
o.v.t.t.
  1. zou inleggen
  2. zou inleggen
  3. zou inleggen
  4. zouden inleggen
  5. zouden inleggen
  6. zouden inleggen
en verder
  1. is ingelegd
diversen
  1. leg in!
  2. legt in!
  3. ingelegd
  4. inleggend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor inleggen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
confire conserveren; inleggen besuikeren; inmaken; inpekelen; insuikeren; inzouten; konfijten; opzouten; zoeten; zoetmaken
conserver conserveren; inleggen balsemen; behoeden; behouden; beschermen; bewaren; bijeenzamelen; conserveren; deponeren; financieel steunen; gevangen zetten; handhaven; in bescherming nemen; in blik conserveren; in de cel zetten; in stand houden; inbalsemen; inblikken; inmaken; inpekelen; instandhouden; interneren; inzouten; isoleren; onderhouden; opeenhopen; oppotten; opslaan; opsluiten; opzouten; sparen; stand houden; vastzetten; verduurzamen; vergaren; verzamelen
faire des conserves conserveren; inleggen inmaken; wecken
insérer inleggen; invoegen; tussenleggen bijdoen; bijsluiten; bijvoegen; bijzetten; erbij voegen; inbedden; inbouwen; inbrengen; inlassen; inpassen; invoegen; neerleggen; neerzetten; onderuit halen; passen in; plaatsen; toevoegen; tussen zetten; zetten
intercaler inleggen; invoegen; tussenleggen inbrengen; inlassen; inpassen; invoegen; passen in; tussen zetten; tussenlassen
mettre dans inleggen; invoegen; tussenleggen doen in; erin doen; erin leggen; inbrengen; indoen; instoppen
mettre en conserve conserveren; inleggen inmaken; inpekelen; inzouten; opzouten; wecken
préparer des conserves conserveren; inleggen inmaken; wecken

Verwante woorden van "inleggen":



inleggen vorm van inleg:

inleg [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de inleg (inlegsel)
    l'incrustation
  2. de inleg (minimum inleg)
    le dépôt minimal; le placement; la mise de fonds; l'investissement minimal

Vertaal Matrix voor inleg:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dépôt minimal inleg; minimum inleg
incrustation inleg; inlegsel
investissement minimal inleg; minimum inleg
mise de fonds inleg; minimum inleg bedrijfskapitaal; belegging; bijdrage; contributie; geldbelegging; inlay; investering; lidmaatschapsgeld; liquide middelen; startkapitaal
placement inleg; minimum inleg assemblage; assembleren; belegging; besteding; geldbelegging; het plaatsen; investering; montage; plaatsing; samenstelling; samenvoeging

Verwante woorden van "inleg":


Wiktionary: inleg

inleg
noun
  1. action de déposer, de placer une chose en quelque endroit, ou de remettre, de confier une chose à quelqu’un.