Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. lummelen:
  2. lummel:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor lummelen (Nederlands) in het Zweeds

lummelen:

lummelen werkwoord (lummel, lummelt, lummelde, lummelden, gelummeld)

  1. lummelen (lanterfanten; luieren; niksen; rondhangen; nietsdoen)
    dröna; gå och dra
    • dröna werkwoord (drönar, drönade, drönat)
    • gå och dra werkwoord (går och drar, gick och drog, gått och dragit)

Conjugations for lummelen:

o.t.t.
  1. lummel
  2. lummelt
  3. lummelt
  4. lummelen
  5. lummelen
  6. lummelen
o.v.t.
  1. lummelde
  2. lummelde
  3. lummelde
  4. lummelden
  5. lummelden
  6. lummelden
v.t.t.
  1. heb gelummeld
  2. hebt gelummeld
  3. heeft gelummeld
  4. hebben gelummeld
  5. hebben gelummeld
  6. hebben gelummeld
v.v.t.
  1. had gelummeld
  2. had gelummeld
  3. had gelummeld
  4. hadden gelummeld
  5. hadden gelummeld
  6. hadden gelummeld
o.t.t.t.
  1. zal lummelen
  2. zult lummelen
  3. zal lummelen
  4. zullen lummelen
  5. zullen lummelen
  6. zullen lummelen
o.v.t.t.
  1. zou lummelen
  2. zou lummelen
  3. zou lummelen
  4. zouden lummelen
  5. zouden lummelen
  6. zouden lummelen
diversen
  1. lummel!
  2. lummelt!
  3. gelummeld
  4. lummelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor lummelen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dröna lanterfanten; luieren; lummelen; nietsdoen; niksen; rondhangen
gå och dra lanterfanten; luieren; lummelen; nietsdoen; niksen; rondhangen

Verwante woorden van "lummelen":


lummelen vorm van lummel:

lummel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de lummel (boerenlul; hork)
    knöl; skithuvud; skitig bastard
  2. de lummel (pummel; kinkel; vlegel)
    tölp; buffel; slyngel; drummel
    • tölp [-en] zelfstandig naamwoord
    • buffel [-en] zelfstandig naamwoord
    • slyngel [-en] zelfstandig naamwoord
    • drummel [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor lummel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
buffel kinkel; lummel; pummel; vlegel buffel; hufter; karbouw; klootzak
drummel kinkel; lummel; pummel; vlegel donderstraal; hufter; klootzak; lomperik; schlemiel; slemiel; slungel; sukkel; watje
knöl boerenlul; hork; lummel bobbel; gek; hobbel; hondsvot; knobbel; knoest; kwast; kwetsuur; letsel; mallerd; malloot; oneffenheid; ongelijkheid; pias; zot; zottin
skithuvud boerenlul; hork; lummel eikel; hond; klootzak; lul; oetlul; schobbejak; schoelje; schoft; smeerlap
skitig bastard boerenlul; hork; lummel
slyngel kinkel; lummel; pummel; vlegel donderstraal; hufter; jongen; klootzak; rakker
tölp kinkel; lummel; pummel; vlegel boerenkinkel; hork; hufter; kinkel; klootzak; lomperd; lomperik; proleet; slodder; slodderkous; sloddervos; slons; vlegel

Verwante woorden van "lummel":


Wiktionary: lummel


Cross Translation:
FromToVia
lummel tölp; drummel; buffel lout — a rude violent man