Overzicht


Engels

Uitgebreide synoniemen voor blowout in het Engels

blowout:

blowout [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the blowout
    the blowout; the flat
    • blowout [the ~] zelfstandig naamwoord
    • flat [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. the blowout
    – a gay festivity 1
    the gala; the blowout; the jamboree; the gala affair
    – a gay festivity 1
    • gala [the ~] zelfstandig naamwoord
    • blowout [the ~] zelfstandig naamwoord
    • jamboree [the ~] zelfstandig naamwoord
    • gala affair [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. the blowout
    – a sudden malfunction of a part or apparatus 1
    the blowout
    – a sudden malfunction of a part or apparatus 1
    • blowout [the ~] zelfstandig naamwoord
      • the right front tire had a blowout1
      • as a result of the blowout we lost all the lights1
  4. the blowout
    – an easy victory 1
    the romp; the runaway; the blowout; the laugher; the walkaway; the shoo-in
    – an easy victory 1
    • romp [the ~] zelfstandig naamwoord
    • runaway [the ~] zelfstandig naamwoord
    • blowout [the ~] zelfstandig naamwoord
    • laugher [the ~] zelfstandig naamwoord
    • walkaway [the ~] zelfstandig naamwoord
    • shoo-in [the ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "blowout":

  • blowouts

Alternatieve synoniemen voor "blowout":


Verwante definities voor "blowout":

  1. a gay festivity1
  2. a sudden malfunction of a part or apparatus1
    • the right front tire had a blowout1
    • as a result of the blowout we lost all the lights1
  3. an easy victory1