Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. hull:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor hull (Engels) in het Nederlands


hull [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the hull (shell; husk)
    de bolster; de schaal; de schil; de dop
    • bolster [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • schaal [de ~] zelfstandig naamwoord
    • schil [de ~] zelfstandig naamwoord
    • dop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the hull (shell; husk)
    de schelp; de schaal
    • schelp [de ~] zelfstandig naamwoord
    • schaal [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor hull:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bolster hull; husk; shell
dop hull; husk; shell bell jar; cap; glass bell; lid; top
schaal hull; husk; shell baking dish; casserole; dish; platter; scale
schelp hull; husk; shell
schil hull; husk; shell peel; rind; shell; skin

Verwante woorden van "hull":

  • hulls

Synoniemen voor "hull":

Verwante definities voor "hull":

  1. the frame or body of ship1
  2. persistent enlarged calyx at base of e.g. a strawberry or raspberry1
  3. dry outer covering of a fruit or seed or nut1
  4. remove the hulls from1
    • hull the berries1

Wiktionary: hull

  1. to remove the hull of a fruit or seed; to peel
  1. frame of a ship or plane
  2. outer covering of a fruit or seed

Cross Translation:
hull dop; schaal; schil; schors; boomschors écorce — Partie superficielle et protectrice des arbres et des végétaux

Verwante vertalingen van hull