Nederlands

Uitgebreide vertaling voor oudste (Nederlands) in het Zweeds

oudste:

oudste [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de oudste (nestor; senior)
    senior; äldsta
    • senior [-en] zelfstandig naamwoord
    • äldsta zelfstandig naamwoord

oudste bijvoeglijk naamwoord

  1. oudste (senior)
    äldst
    • äldst bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor oudste:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
senior nestor; oudste; senior
äldsta nestor; oudste; senior
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
äldst oudste; senior

Verwante woorden van "oudste":


oudste vorm van oud:

oud bijvoeglijk naamwoord

  1. oud (bejaard)
    åldrad; åldrat
  2. oud (antiek; ouderwets)
    antik; antikt
    • antik bijvoeglijk naamwoord
    • antikt bijvoeglijk naamwoord
  3. oud (verschaald; plat; oudbakken; oubakken; muf)
    platt; tråkigt; torr; torrt; ledsamt; fadd; avslagen; avslaget
  4. oud (versleten; vervallen; afgeleefd; afgedragen; afgetrapt)
    slitet; sliten; utsliten; utslitet

Vertaal Matrix voor oud:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
antik antiek
tråkigt verveling
utsliten slijten; verslijten
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- muf
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
antik antiek; oud; ouderwets
antikt antiek; oud; ouderwets
avslagen muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald
avslaget muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald muf; onfris
fadd muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald muf; onfris
ledsamt muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald afgezaagd; ellendig; helaas; jammer genoeg; langdraadig; langwijlig; lastig; melig; rot; saai; tot mijn spijt; vervelend
platt muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald geëgaliseerd; mol; plat; vlak
sliten afgedragen; afgeleefd; afgetrapt; oud; versleten; vervallen uitgeleefd; uitgesleten
slitet afgedragen; afgeleefd; afgetrapt; oud; versleten; vervallen uitgeleefd; uitgesleten
torr muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald droge; droog; leukweg; schraal; schriel
torrt muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald bar; droge; droog; droogjes; leukweg; onbegroeid; regenarm; schraal; schriel
tråkigt muf; oubakken; oud; oudbakken; plat; verschaald afgezaagd; afstompend; eentonig; ellendig; geestdodend; langdraadig; langwijlig; lastig; lijzig; log; loom; melig; monotoon; rot; saai; saaie; sfeerloos; slaapverwekkend; stom; suf; vervelend; zonder sfeer
utsliten afgedragen; afgeleefd; afgetrapt; oud; versleten; vervallen aan lager wal; afgesloofd; bekaf; doorgesleten; verlopen
utslitet afgedragen; afgeleefd; afgetrapt; oud; versleten; vervallen aan lager wal; bekaf; doorgesleten; verlopen
åldrad bejaard; oud
åldrat bejaard; oud

Verwante woorden van "oud":


Synoniemen voor "oud":


Antoniemen van "oud":


Verwante definities voor "oud":

  1. lang geleden geplukt of gemaakt1
    • dit brood lust ik niet, het is te oud1
  2. wie of wat al lang bestaat1
    • mij opa is 90, dat is heel oud1

Wiktionary: oud

oud
adjective
  1. oud mens, dier
  2. oud ding, concept
  3. vorige

Cross Translation:
FromToVia
oud gammal; förlegad; använd; utsliten old — of an object, concept, etc: having existed for a relatively long period of time
oud gammal; ålderstigen; åldrig old — of a living being: having lived for relatively many years
oud gammal alt — vor langer Zeit gemacht oder geschehen
oud gammal vieux — D’un certain âge (relatif à un autre).

Verwante vertalingen van oudste