Remove Ads

Frans

Uitgebreide vertaling voor commencement (Frans) in het Nederlands

commencement:

commencement [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le commencement (début; ouverture; départ; )
    het begin; de opening; de aanvang; de start; de inzet
    • begin [het ~] zelfstandig naamwoord
    • opening [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • aanvang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • start [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • inzet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. le commencement (origine; source)
    de oorsprong; de bakermat
  3. le commencement (début)
    aanvangen; beginnen
  4. le commencement (début)
    het inzetten; aanheffen
  5. le commencement (en-tête; titre; introduction; début; exorde)
    de titel; de aanhef; het hoofd
    • titel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • aanhef [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • hoofd [het ~] zelfstandig naamwoord
  6. le commencement (période initiale)
    de aanlooptijd; de begintijd; aanloopstadium
  7. le commencement (heure de commencement; heure de départ; début; )
    de begintijd; de vertrektijd; de aanvangstijd; de starttijd

Synoniemen voor "commencement":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van commencement



Remove Ads

Remove Ads