Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. doorlaat:
  2. doorlaten:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor doorlaat (Nederlands) in het Frans

doorlaat:

doorlaat [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de doorlaat
    le passage
    • passage [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor doorlaat:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
passage doorlaat doorreis; doorrit; doortocht; doorvaart; hal; overgang; overloop; overtocht; overvaart; passus; portaal; veergeld; verbindingsgang; winkelgalerij

Verwante woorden van "doorlaat":


doorlaten:

doorlaten werkwoord (laat door, liet door, lieten door, doorgelaten)

  1. doorlaten

Conjugations for doorlaten:

o.t.t.
  1. laat door
  2. laat door
  3. laat door
  4. laten door
  5. laten door
  6. laten door
o.v.t.
  1. liet door
  2. liet door
  3. liet door
  4. lieten door
  5. lieten door
  6. lieten door
v.t.t.
  1. heb doorgelaten
  2. hebt doorgelaten
  3. heeft doorgelaten
  4. hebben doorgelaten
  5. hebben doorgelaten
  6. hebben doorgelaten
v.v.t.
  1. had doorgelaten
  2. had doorgelaten
  3. had doorgelaten
  4. hadden doorgelaten
  5. hadden doorgelaten
  6. hadden doorgelaten
o.t.t.t.
  1. zal doorlaten
  2. zult doorlaten
  3. zal doorlaten
  4. zullen doorlaten
  5. zullen doorlaten
  6. zullen doorlaten
o.v.t.t.
  1. zou doorlaten
  2. zou doorlaten
  3. zou doorlaten
  4. zouden doorlaten
  5. zouden doorlaten
  6. zouden doorlaten
en verder
  1. ben doorgelaten
  2. bent doorgelaten
  3. is doorgelaten
  4. zijn doorgelaten
  5. zijn doorgelaten
  6. zijn doorgelaten
diversen
  1. laat door!
  2. laat door!
  3. doorgelaten
  4. doorlatend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor doorlaten:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
laisser passer doorlaten doorsluizen; overheenlaten; voorbijlaten

Verwante woorden van "doorlaten":