Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. poot:
  2. poten:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor poot (Nederlands) in het Engels

poot:

poot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de poot (mietje; flikker; nicht; homo)
    the faggot; the sissy; the queer; the gay; the fagot
    • faggot [the ~] zelfstandig naamwoord, Brits
    • sissy [the ~] zelfstandig naamwoord
    • queer [the ~] zelfstandig naamwoord
    • gay [the ~] zelfstandig naamwoord
    • fagot [the ~] zelfstandig naamwoord, Amerikaans
  2. de poot (voet)
    the foot; the leg
    • foot [the ~] zelfstandig naamwoord
    • leg [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. de poot (hand; jat; klauw; knuist)
    the hand
    – the (prehensile) extremity of the superior limb 1
    • hand [the ~] zelfstandig naamwoord
      • he had the hands of a surgeon1
    the paw; the palm
    • paw [the ~] zelfstandig naamwoord
    • palm [the ~] zelfstandig naamwoord
  4. de poot (onderstel; voet; staander)
    the chassis; the stand; the support; the leg
    • chassis [the ~] zelfstandig naamwoord
    • stand [the ~] zelfstandig naamwoord
    • support [the ~] zelfstandig naamwoord
    • leg [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor poot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
chassis onderstel; poot; staander; voet chassis; geraamte; onderstel
faggot flikker; homo; mietje; nicht; poot takkenbos
fagot flikker; homo; mietje; nicht; poot takkenbos
foot poot; voet voet; voeteneinde; voetje
gay flikker; homo; mietje; nicht; poot
hand hand; jat; klauw; knuist; poot arbeider; arbeidskracht; boerenknecht; hand; handdruk; handje; hulpje; klerk; knecht; medewerker; personeelslid; werker; werkkracht; werkman; werknemer; wijzer
leg onderstel; poot; staander; voet been; kluif; ledemaat
palm hand; jat; klauw; knuist; poot handpalm; palm
paw hand; jat; klauw; knuist; poot vinger
queer flikker; homo; mietje; nicht; poot eigenaardige; rare; zonderling
sissy flikker; homo; mietje; nicht; poot
stand onderstel; poot; staander; voet bewering; denkbeeld; driepoot; getuigenbank; gezichtspunt; houding; idee; interpretatie; inzicht; kraam; kraampje; lezing; mat; matje; mening; onderlegger; onderzetter; oordeel; opinie; opvatting; placemat; positie; sokkel; stalletje; stand; stand op jaarbeurs; standpunt; standpuntbepaling; stellingname; tafelmatje; thema; visie; voetstuk; zienswijze; zuilvoet
support onderstel; poot; staander; voet aanhangen; aanmoedigen; aanmoediging; aansporen; aansporing; aanvuren; assistentie; bijstand; dienst; dienstbetoon; driepoot; gunst; houvast; hulpbetoon; kost; medewerking; onderbouwing; onderhoud; onderhoudsgeld; ondersteuning; opwekking; rugsteun; schoorbalk; schraagpijler; schuinse steunbalk; sokkel; steun; steunbalk; stimulans; stimuleren; stut; stutbalk; support; toejuichen; voedsel; voetstuk; zuilvoet
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
foot optellen
hand aanbieden; aangeven; aanreiken; afgeven; geven; overgeven; overhandigen; reiken; toesteken
palm aanpraten; aansmeren
paw krassen; zich krabben
stand doorleven; doorstaan; dragen; dulden; harden; staan; uithouden; uitzingen; velen; verdragen; verduren; verteren; volhouden
support aanmoedigen; activeren; behouden; bekrachtigen; bevestigen; bezegelen; bezielen; bijspringen; bijvallen; dragen; financieel steunen; financieren; goedkeuren; homologeren; in stand houden; instemmen; meehelpen; met palen stutten; onderhouden; ondersteunen; oppeppen; opwekken; rugsteunen; schoren; schragen; steunen; stimuleren; stutten; van mening zijn; voorstaan
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gay blij; blijgeestig; blijgestemd; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; frivool; geestig; goed geluimd; homo; homofiel; homoseksueel; hups; jolig; kleurig; kwiek; levendig; levenslustig; lichtzinnig; losbandig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; tierig; uitgelaten; vreugdevol; vrolijk; wakker; welgemoed; welgestemd; wuft; zonnig
queer curieus; eigenaardig; homo; homofiel; homoseksueel; uitheems; vreemd; vreemdsoortig; zonderling
sissy homo; homofiel; homoseksueel

Verwante woorden van "poot":


Verwante definities voor "poot":

  1. been van een dier2
    • een hond heeft vier poten en een staart2
  2. deel van stoel of tafel2
    • deze stoel heeft vier poten2
  3. hand, voet of been2
    • nergens aankomen met je poten!2

Wiktionary: poot

poot
noun
  1. (m): ledemaat van een dier
poot
noun
  1. projection on equipment (jump)
  2. part of animal’s body (jump)
  3. disagreeable, aggressive person, usually female
  4. slang: homosexual man
  5. soft foot of an animal

Cross Translation:
FromToVia
poot paw Pfote — (mit Ausnahme der Huftiere – vom Rind, Schaf, Schwein abgesehen, deren Extremitäten gelegentlich »Pfoten« anstatt »Klauen« genannt werden – und Primaten) bei landlebigen Säugetieren (zumeist Raubtieren) in Zehen gespaltenes Ende der Extremitäten
poot paw Pfotesalopp: menschliche Hand
poot foot; paw patte — anatomie|fr membre d’un animal quadrupède, d’un oiseau (à l’exception des oiseaux de proie), de certains animaux aquatiques, comme l’écrevisse, le homard, etc., et des insectes, comme l’araignée, la mouche, etc.
poot foot; feet; paw pied — anatomie|fr partie du corps humain située à l’extrémité des jambes.

poten:

poten werkwoord (poot, pootte, pootten, gepoot)

  1. poten (aardappelen poten)
    to plant
    • plant werkwoord (plants, planted, planting)
  2. poten (in de grond zetten; planten)
    to plant; to implant
    • plant werkwoord (plants, planted, planting)
    • implant werkwoord (implants, implanted, implanting)

Conjugations for poten:

o.t.t.
  1. poot
  2. poot
  3. poot
  4. poten
  5. poten
  6. poten
o.v.t.
  1. pootte
  2. pootte
  3. pootte
  4. pootten
  5. pootten
  6. pootten
v.t.t.
  1. heb gepoot
  2. hebt gepoot
  3. heeft gepoot
  4. hebben gepoot
  5. hebben gepoot
  6. hebben gepoot
v.v.t.
  1. had gepoot
  2. had gepoot
  3. had gepoot
  4. hadden gepoot
  5. hadden gepoot
  6. hadden gepoot
o.t.t.t.
  1. zal poten
  2. zult poten
  3. zal poten
  4. zullen poten
  5. zullen poten
  6. zullen poten
o.v.t.t.
  1. zou poten
  2. zou poten
  3. zou poten
  4. zouden poten
  5. zouden poten
  6. zouden poten
en verder
  1. is gepoot
  2. zijn gepoot
diversen
  1. poot!
  2. poott!
  3. gepoot
  4. potend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

poten [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het poten (beplanting; planten; aanplant)
    the vegetation; the planting

Vertaal Matrix voor poten:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plant fabriek; gewas; plant
planting aanplant; beplanting; planten; poten aankweken; aanplanten; aanplanting; gewas; planten; vegetatie
vegetation aanplant; beplanting; planten; poten gewas; planten; vegetatie
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
implant in de grond zetten; planten; poten implanteren; inplanten
plant aardappelen poten; in de grond zetten; planten; poten beplanten

Verwante woorden van "poten":


Verwante definities voor "poten":

  1. ze in de grond zetten2
    • vandaag heb ik de aardappels gepoot2

Wiktionary: poten

poten
verb
  1. ondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
poten
verb
  1. place in soil or other substrate in order that it may live and grow

Cross Translation:
FromToVia
poten plant planter — Fixer une plante en terre pour qu’elle prenne racine.