Nederlands
Uitgebreide vertaling voor net (Nederlands) in het Duits
net:
-
de net (netwerk)
-
de net (televisiekanaal)
der Fernsehkanal
-
net (daarnet; pas; juist; zojuist; zonet)
-
net (nog maar pas)
-
net (krek; precies; juist)
-
net (accuraat; zorgvuldig; precies; secuur; stipt)
genau; pünktlich; sorgfältig; sicher; akkurat; eigen; gewissenhaft; eingehend-
genau bijvoeglijk naamwoord
-
pünktlich bijvoeglijk naamwoord
-
sorgfältig bijvoeglijk naamwoord
-
sicher bijvoeglijk naamwoord
-
akkurat bijvoeglijk naamwoord
-
eigen bijvoeglijk naamwoord
-
gewissenhaft bijvoeglijk naamwoord
-
eingehend bijvoeglijk naamwoord
-
-
net (rein; schoon; kuis)
Verwante woorden van "net":
Synoniemen voor "net":
Antoniemen voor "net":
Verwante definities voor "net":
Computer vertaling door derden:
Images: