Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor net (Nederlands) in het Duits

net:

net [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de net (netwerk)
    Netz; Fangnetz; Geflecht
    • Netz [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Fangnetz [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Geflecht [das ~] zelfstandig naamwoord
  2. de net (televisiekanaal)
    der Fernsehkanal

net bijvoeglijk naamwoord

  1. net (daarnet; pas; juist; zojuist; zonet)
    gerade; neulich; vorhin
  2. net (nog maar pas)
    gerade; gerade eben
  3. net (krek; precies; juist)
    genau; korrekt; richtig; haargenau
  4. net (accuraat; zorgvuldig; precies; secuur; stipt)
    genau; pünktlich; sorgfältig; sicher; akkurat; eigen; gewissenhaft; eingehend
  5. net (rein; schoon; kuis)
    rein; anständig; züchtig; keusch; sittsam

Verwante woorden van "net":


Synoniemen voor "net":


Antoniemen voor "net":


Verwante definities voor "net":

  1. nog maar korte tijd (geleden)1
    • hij is net in dienst bij die baas1
  2. zonder afwijkingen naar boven of beneden1
    • ik eet net zoveel als jij1
  3. aantal wegen of kanalen die elkaar kruisen1
    • er loopt een net van wegen door de polder1
  4. schoon en verzorgd1
    • Joop is een nette jongen1
  5. televisiezender1
    • op het eerste net is een mooie film1
  6. van garen geknoopt voorwerp met gaten1
    • hij gebruikt een net om te vissen1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van net



Remove Ads

Remove Ads